Over mij

In september 1947 werd ik geboren in het Limburgse dorp Nederweert. Nadat ik daar het mulodiploma had behaald studeerde ik in Tilburg bij de Zusters van Liefde aan de Ns-opleiding handwerken, tekenen en kunstgeschiedenis – een meisjesopleiding waarmee ik juf kon worden aan een meisjesschool. Ik woonde in de stad op kamers, zeer uitzonderlijk voor die tijd.

In het derde jaar zakte ik voor het theorie examen. De democratiseringsacties op wat toen de Katholieke Hogeschool Tilburg heette, later Tilburg University, waren veel interessanter. Daarna vertrok ik naar Delft en werkte er – via Randstand, het allereerste uitzendbureau in ons land – parttime als bibliotheekmedewerkster op de afdeling Kunstgeschiedenis van de Faculteit Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft. Naast mijn baan volgde ik de parttime opleiding Arbeidsmarktpolitiek en Personeelsbeleid (later HRM) en aansluitend de Post-HBOopleiding arbeid bij de PVO in Amsterdam. Na het afronden van de opleiding werkte ik korte tijd in Rotterdam op het Arbeidsbureau, maar dat verveelde al snel en ik solliciteerde op de TU Delft als medewerkster bij de vakgroep Kunstgeschiedenis van de faculteit Bouwkunde. Ik werd lid van de ABVA (vakbond ambenaren).

Op Bouwkunde was ik actief in de democratiseringsbeweging en ik werd door het zgn. niet-wetenschappelijk personeel gekozen tot lid van de faculteitsraad. Aansluitend was ik twee jaar bestuurslid op de faculteit en daarmee – zo leerde ik veel later – was ik de eerste vrouw op de TU Delft in een bestuursfunctie. Ik richtte me op personeelsbeleid en communicatie. Het aantal studenten op de faculteit nam in die periode enorm toe – met babyboomers – en ik kreeg opdracht op de faculteit een communicatiebureau te starten en te leiden.

Op 1 december 1980 werd ik de eerste betaalde ombudsvrouw bij de Stichting Landelijke Ombudsvrouw in Den Haag – tot dan een vrijwilligersorganisatie onder leiding van mw. Meta van Beek. Doel van de stichting: gelijke rechten voor vrouwen op de arbeidsmarkt en behandeling van klachten over discriminatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Ik had vanuit die functie regelmatig overleg met het Kamerbreed Vrouwenoverleg (1981-1995) bestaande uit de 12 vrouwelijke leden van destijds die lid waren van de Tweede Kamer. Ik schreef columns in het feministisch maandblad Opzij. Dat, met name, leidde tot een toestroom van klachten van vrouwen uit het hele land die moesten worden opgelost.

Aansluitend werkte ik een aantal jaren als congresontwikkelaar op het gebied van HRM bij het Nederlands Studiecentrum (Elsevier) en aansluitend als projectleider van de Post-HBO-opleiding HRM.

Samen met een paar Rotterdamse vrienden richtte ik de Stichting Het Verhaal op. We nodigden mensen uit diverse Rotterdamse etnische groeperingen uit om in Cafe De Consul verhalen uit hun cultuur te komen vertellen.

Na een burn-out werd ik op mijn 50e communicatie adviseur van een gedeputeerde bij de Provincie Zuid-Holland. In het jaar dat ik 57 werd, vond minister Remkes (Binnenlandse zaken) dat de ambtenarij vergrijsde en hij stelde een 57-plus regeling in, waardoor ik op mijn 57e met vervroegd pensioen kon gaan.

Terug naar Limburg

In 2004 besloot ik vanuit Rotterdam, waar ik ruim 25 jaar met veel plezier had gewoond, terug te keren naar Limburg, omdat ik weer ‘buiten’ wilde wonen. Ik schilderde en ik schreef. Ik vond een huis-met-atelier in Cadier en Keer, een dorp in de Gemeente Eijsden-Margraten.

Mijn tweede loopbaan

In 2008 startte er een landelijk project ‘Erfgoed van de oorlog – ooggetuigen verhalen’.

Dat was met het oog op de viering van 65-jaar bevrijding. Ik nam aan het project deel i.s.m. de lokale heemkunde organisatie uit het dorp waar ik woonde. De werkzaamheden startten met het volgen van een cursus oral history en vervolgens werkten we aan het project ‘Akkers van Margraten’. Het was een voordeel dat ik ‘plat’(Limburgs dialect) kon praten. Samen met Eugenie Jansen, die ook plat kon praten en haar man Albert Elings interviewden we – op film – boeren die zonder aankondiging vooraf, van de ene dag op de andere zagen hoe duizenden lijken op hun akkers werden gedropt.

Het Amerikaanse leger, na D-day vanuit Normandië op weg naar Berlijn, had besloten alle circa 20.000 lijken die het in trucks meevoerde, in Margraten op de boerenakkers achter te laten. Door de verhalen van de boeren die we in 2009 interviewden, ontdekte ik dat het Amerikaanse bevrijdingsleger gesegregeerd was. n.b. Zuid-Limburg werd bevrijd op 12 september 1944. Een gegeven dat destijds in Nederland totaal onbekend was. Zie www.akkersvanmargraten.nl

Dat gegeven bepaalde mijn werk tot mei 2023. In dat jaar nam ik het initiatief tot het oprichten van de Stichting Black Liberators in The Netherlands. www.blackliberators.nl. Deze stichting zet mijn werk voort. Een van de doelstellingen uit de oprichtingsacte is het realiseren van een standbeeld van een Zwarte bevrijder.

Terug naar de Randstad

In 2020 besloot ik vanwege privéomstandigheden terug te keren naar de Randstad en in Leiden te gaan wonen. De band met de gemeente Eijsden-Margraten blijft uiteraard – om verscheidene redenen – intact.

Onderscheidingen

1965
Kampioen Danscursus Weert
Seizoen 1964/65, met danspartner Louis Wong

1997
1e prijs Aedes Leefbaarheidsprijs voor het ontwikkeling van een buurtspel als communicatiemiddel in de multiculturele achterstandswijk de Millinxbuurt, Rotterdam

2016
Award OAR
Overseas Americans Remember t.g.v. Dutch American Friendships Day

2019
Benoeming tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau
Margraten, april

2021
AAHGS Award, samen met co-auteur Chris Dickon (Afro-American Historical and Genealogical Society) t.g.v. verschijnen van Dutch Children of African American Liberators